(2e uitgawe, 1960)
Als ik slechts één boek uit mijn boekenkasten mocht houden, dan zou dit een grote kanshebber zijn. Het boek biedt een overzicht van gedichten in het Zuid Afrikaans en bevat zoveel wijsheid, humor en taalplezier dat ik er niet zonder kan. Uiteraard zijn de gedichten uit de laatste decennia niet opgenomen in deze uitgave uit 1960 en daardoor missen er vele juweeltjes van gedichten. Maar ik verkies deze editie boven de nieuwste editie van Andre Brink om een persoonlijke reden. Mijn exemplaar van deze editie gaat al zo lang met mij mee.
Toen we in Zuid Afrika kwamen te wonen hebben mijn ouders dit boek als geschenk gekregen. Op school werden vaak gedichten voorgedragen en behandeld en die raakten me zo dat ik daardoor dit boek thuis ging bekijken. En ik bleef erin lezen. Eerst alleen de korte gedichtjes, later ook de langere. Van sommigen begreep ik toen weinig en vele gedichten ben ik pas later gaan waarderen. Enkele gedichten bevatten nog steeds elementen of gedachten waarvan ik de diepte nog niet heb gepeild, zo met dat al gaat lukken.
Wat trekt me zo aan in die Afrikaanse gedichten? Het zal veel met mijn jeugd in Zuid Afrika te maken hebben, maar ik kan niet geloven dat het alleen daaraan ligt. Het moet meer zijn. Ik wordt volgens mij aangetrokken door de volgende eigenschappen van deze gedichten:
- De gevarieerde en indrukwekkende Zuid Afrikaanse natuur wordt in al haar schoonheid en wreedheid beschreven.
- Een groot gedeelte van de gedichten gaan over het vele lijden dat de Zuid Afrikaners gekend hebben. De tragiek van het leven wordt ontroerend mooi beschreven.
- Het geloof in God speelt in veel gedichten een grote rol. Vragen en twijfels worden daarbij niet gemeden.
- De breedte, de hoogte en de diepte van het leven komt aan bod.
- Er speelt een zachte humor door vele gedichten heen.
- En uit de meeste gedichten komt een milde, liefdevolle wijsheid naar voren.
Een gedicht van een van mijn favoriete dichters, N. P. van Wyk Louw, met daaronder een vertaling, geeft een aantal van deze elementen weer.
Aanraking van die dood
Net raaklings oor my hare het gestryk
die wind van Sy vleuelslag, en Sy skaduwee
was koelte rondom my; ek kon nie kyk
of Hy vernietiging of lewe gee,
ek kon geen laaste, dapper woorde vind;
ek ’t net gebuig, en óm my was ’n wand
van vrees, tot ek kon luister, glad verblind,
hoe Hy vér weggeruis het oor die land.
Maar toe die vrees gewaai het van my oë,
het alles nuut gestaan, van vreemde smart
deuraar en diep verbind deur alle tyd;
groot liefde was in my, en mededoë,
en wete van die duistre in ons hart,
want alles was deurweek van sterflikheid.
**
Vertaling ‘Aanraking van de dood’
Slechts rakelings streek over mijn haren
de wind van Zijn vleugelslag,
en Zijn schaduw was koelte rondom mij;
ik kon niet zien of Hij vernietiging of leven gaf,
ik kon geen laatste, dappere woorden vinden;
ik boog alleen, en rondom mij was een wand van vrees,
totdat ik kon luisteren, helemaal verblind,
hoe Hij vér wegruisde over het land.
Maar toen de vrees weggewaaid was van mijn ogen,
stond alles er nieuw bij, van vreemde smart
dooraderd en diep verbonden door alle tijden heen;
er was een grote liefde in mij, en mededogen,
en een besef van het duister in ons hart,
want alles was doorweekt van sterfelijkheid.
Zulke gedichten zijn voor mij een bron van wijsheid en leesplezier. Daarom hoort dit boek bij mijn favorieten.
onderschikt in:Afrikaanse, gedichten , christelijke geloof, humor, leven, natuur, wijsheid, Zuid Afrika